“Er is in Vlaanderen nog te weinig een ondernemende attitude”, zegt minister-president Kris Peeters.

Hoe ouder iemand wordt, hoe minder zin hij heeft om ondernemer te worden, en dat is niet eens zo verwonderlijk, meent Kris Peeters.

“Ondernemen houdt risico’s in. Hoe meer je je daarvan bewust bent, hoe minder je geneigd bent om de stap te zetten. Zeker voor wie goed opgeleid is en via het werknemersstatuut voor zekerheid kan kiezen. Mensen die wel in het diepe springen moeten we bovendien kunnen motiveren om te internationaliseren. En ook dat blijkt niet evident. Wanneer een kmo mislukt in zijn internationalisering, dan duurt het vijf tot tien jaar vooraleer hij daarvan bekomen is. Ik kan de passie voor ondernemen niet bijbrengen maar ik kan er wel toe bijdragen dat er voldoende begeleiding en advies beschikbaar is om de risico’s op zijn minst zichtbaar te maken, te minimaliseren en de drempels zoveel mogelijk weg te nemen.”

Daarvoor werd Vlaanderen in Actie (VIA) in het leven geroepen, een project om Vlaanderen tegen 2020 bij de top vijf van de welvarendste regio’s van Europa te loodsen. Is dat niet te zeer een ver van mijn bed show?

“Het is de eerste keer dat twee regeringen na elkaar achter dezelfde ambitie staan. Maar VIA is inderdaad geen zuiver economisch plan. Een welvarend Vlaanderen moet ook oog hebben voor  problemen van armoede, sociale cohesie en voor duurzame ontwikkeling bijvoorbeeld. We hebben de brede doelstellingen in deze legislatuur echter vertaald in meer dan driehonderd concrete maatregelen. Een nieuwe maatregel voor laagdrempelig advies aan prestarters, de Gazellesprong - waarmee 170 kmo’s begeleid worden in hun groeistrategie, de verruimde Winwinlening voor informele kapitaalverschaffing en extra middelen via ARKimedes II en het TINAfonds, er zijn premies voor gevelrenovatie in het kader van het winkelbeleid,…”

Sinds in 2009 het Pact 2020 werd gesloten heeft de crisis fors toegeslagen. Heeft die de inspanningen geneutraliseerd?

“De crisis heeft een domper gezet op heel wat ondernemingsaspiraties. Sinds 2002 kende het aantal starters in Vlaanderen nochtans een stijgend verloop. Gelukkig laten de cijfers voor 2010 zien dat het aantal terug toeneemt. Ook onze export blijft stijgen, in het bijzonder naar de groeilanden.”

VIA gaat uit van het belang van speerpuntsectoren. Is het realistisch om ervan uit te gaan dat je de economie in die richting kan sturen?

“Het is aan de ondernemers om te ondernemen, maar als het gaat over overheidsinvesteringen en het ter beschikking stellen van middelen voor O&O laten we ons wel leiden door de clusters die afgebakend zijn door de experts van de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie. Ook de ondernemersorganisaties wensen voldoende aandacht voor dit clusterbeleid.”

Dan is het toch onlogisch dat de Vlaamse overheid zijn budgetten voor O&O intussen vermindert?

“Het is jammer dat de crisis tot gevolg heeft gehad dat Vlaanderen op twee jaar tijd twee miljard euro heeft moeten besparen. Ook het departement Economie en Innovatie heeft bijgedragen aan die besparingen, al is er voor dit jaar niet verder gesnoeid op het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek. Ook de grote Vlaamse strategische onderzoekscentra zoals Imec, VIB, IBBT en Vito moeten in 2011 niet besparen. Bovendien verbinden we ons er nog steeds toe om tegen 2020 1 procent van de begroting naar O&O te laten vloeien. Nu zitten we aan 0,72 procent. We moeten in dat verband niet onderdoen voor de omringende landen. We zitten in ieder geval boven het Europees gemiddelde. De realiteit leert ons bovendien dat er geen automatisme is tussen onderzoek en ondernemerschap.”

Een drempel die dringend moet weggewerkt worden is het ingewikkeld en tijdrovend vergunningsbeleid.

“Daar ben ik mij heel erg van bewust. De verschillende overheden hebben in dit land doorheen de jaren een wirwar van vergunningen opgebouwd.  De Vlaamse overheid wordt daar trouwens ook mee geconfronteerd. Ik kan geen stuk weg aanleggen of ik moet door dezelfde lijdensweg. We moeten die procedures aanpassen, rekening houdend met de Europese bepalingen. Want daar schuilt vaak het begin van ellenlange procedures via Milieueffectenrapporten en zo. Bovendien moeten we in Vlaanderen geïntegreerd gaan werken. Het gaat niet op dat twee administraties tegenstrijdige adviezen geven. Elke dag dat deze ellende aansleept, is er een te veel.”