Wat zijn de grootste uitdagingen voor de onderwijssector?
 

“Een grote uitdaging is hoe we om zullen gaan met het feit dat in grote steden meer dan de helft van de jongeren een andere thuistaal spreekt. Tegelijk is deze diversiteit een enorme opportuniteit. Bovendien zien we dat veel meer jongeren vandaag de weg vinden naar het hoger onderwijs, wat uiteraard een goede zaak is. Intussen gaat het om bijna 230.000 studenten. Dat is een toename met meer dan 40% in tien jaar tijd.”

“Helaas merken we dat een op de vier studenten de hogeschool of universiteit verlaat zonder diploma. Daarom hebben we ‘Columbus’ ontwikkeld, een niet-bindende oriënteringsproef voor leerlingen in het secundair onderwijs. Daarnaast voeren we stapsgewijs niet-bindende toelatingsproeven in het hoger onderwijs in. We moeten jongeren dus goed oriënteren in het secundair onderwijs, zodat ze een weloverwogen studiekeuze maken en deze ook succesvol kunnen doorlopen.”

“Een diploma hoger onderwijs maakt echt wel het verschil op de arbeidsmarkt. Met zo’n diploma vinden bijna alle jongeren binnen het jaar een job. Daarom is het belangrijk dat we ook jongeren met een migratieachtergrond hiervoor stimuleren, en dat kan enkel door juist om te gaan met die diversiteit.”

 

Welke huidige evoluties hebben een invloed op wat er van het onderwijs wordt verwacht?
 

“De digitalisering heeft zonder twijfel grote gevolgen. Onze maatschappij is hierdoor ongelooflijk aan het veranderen, waardoor ICT ook in het onderwijs een alsmaar belangrijkere plaats inneemt. In alle nieuwe scholen waar ik kom, zit digitale apparatuur mee inbegrepen in de nieuwbouw. Zo is het krijtbord intussen vervangen door een digitaal schoolbord waarop leerkrachten en leerlingen met een stift kunnen schrijven.”

“Tegelijkertijd zijn er op dat vlak ook enorme verschillen. Sommige gezinnen beschikken nog steeds niet over een eigen computer of internetaansluiting. Er is momenteel een groep van 12% digitale achterblijvers in het onderwijs. We moeten er dus voor zorgen dat de school dé plaats is waar deze digitale geletterdheid correct wordt aangeleerd. Dat is meteen ook de reden waarom we dit in de nieuwe eindtermen als onderdeel van basisgeletterdheid opnemen.”
 

 

In welke zin is de visie op onderwijs het afgelopen decennium gewijzigd?
 

“Het onderwijs heeft enerzijds de taak om jongeren weerbaar te maken en anderzijds om kennis over te dragen. Wanneer ik echter mijn opleiding vergelijk met die van mijn kinderen, dan merk ik dat beide totaal verschillend zijn. Zo moest ik vroeger tijdens mijn rechtenstudies volledige wetteksten van buiten leren, terwijl dat nu helemaal niet meer het geval is. Vandaag ligt de focus veel meer op het efficiënt opzoeken en benutten van de juiste informatie. Jongeren doen dat immers ook al spontaan. Het onderwijs moet hier dus in mee, want we bereiden nu eenmaal het innovatietalent van de toekomst voor.”

“Bovendien is alles nu veel meer geïndividualiseerd en op maat, terwijl het vroeger eerder one-size-fits-all was. Vandaag wordt er meer rekening gehouden met de individuele sterktes en zwaktes van leerlingen. Hierdoor moeten leerkrachten diversifiëren en voor iedere leerling zoeken naar een aanpak op maat. Uiteraard is dat een enorme uitdaging.”

 

Hoe kunnen we inspelen op de noden van de bedrijven? En hoe kunnen we hen meer betrekken?
 

“Uit een recente bevraging bij jongeren bleek dat, of ze nu ASO, TSO, BSO of kunstonderwijs volgen, ze vragende partij zijn om ook tijdens hun studies al te kunnen proeven van de arbeidsmarkt. Het ultieme doel zou dus moeten kunnen zijn om elke jongere die kans te geven. Steeds meer scholen spelen hier al op in, bijvoorbeeld met stages.”

 

"Een diploma hoger onderwijs maakt echt wel het verschil op de arbeidsmarkt. Met zo’n diploma vinden bijna alle jongeren binnen het jaar een job."

“Via regelgeving willen we dat nu voor alle leerlingen in het technisch en beroepsonderwijs mogelijk maken. Duaal leren moet een volwaardige plek krijgen in ons onderwijs. Zo zullen leerlingen een diploma secundair onderwijs kunnen halen terwijl ze enkele dagen per week bij een werkgever ervaring opdoen. In 21 studierichtingen volgen nu 456 leerlingen in het tweede jaar secundair op de werkvloer het proefproject ter voorbereiding van duaal leren. Vanaf volgend schooljaar verdubbelen we dit aantel zelfs."

“Daarnaast zien we dat technische scholen dikwijls samenwerken met bedrijven om hun materieel te moderniseren. Bij nieuwe scholen leveren bedrijven al vaak prototypes van de nieuwste technologieën. Zo zijn jongeren meteen mee met de nieuwste evoluties wanneer ze afstuderen. Dat zou niet mogelijk zijn indien scholen alles zelf moesten bekostigen.”

 

Hoe belangrijk is levenslang leren?
 

“In Vlaanderen lopen we achterop. Nochtans is levenslang leren een belangrijke vereiste in een snel veranderende samenleving. Een diploma van het secundair of hoger onderwijs is dus geen eindpunt. Het is een minimumvoorwaarde op de arbeidsmarkt en een startpunt in een traject van levenslang leren. Net zoals een bedrijf steeds open moet staan voor vernieuwing en innovatie, moet je als persoon ook willen blijven bijleren. Zo blijf je veerkrachtig en kan je je blijven aanpassen aan de veranderende noden op de arbeidsmarkt.”

 

Hoe kunnen we het tekort aan technische en wetenschappelijke profielen opvangen?
 

“Het is zo dat jongeren in Vlaanderen vrij mogen kiezen waarvoor ze willen studeren. Dat maakt dat we zeer conjunctuurafhankelijk zijn. Momenteel kiezen steeds minder jongeren voor de ‘zachte’ studierichtingen, ten voordele van de ‘hardere’ richtingen. Met ons STEM-actieplan (science, technology, engineering en mathematics) proberen we jongeren (en vooral meisjes) aan te moedigen om te kiezen voor een technische of wetenschappelijke studierichting. Stilaan beginnen deze inspanningen dus vruchten af te werpen.”