Wat maakt Vlaanderen zo sterk op economisch vlak?
 

“De Vlaamse economie heeft een enorme groei gekend bij de oprichting van wat nu de Europese Unie heet. Onze ligging in het meest welvarende deel van de wereld gaf ons toegang tot een uitgebreide markt. Vlamingen zouden dus de grootste Europeanen moeten zijn - we hebben immers veel te danken aan de eenheidsmarkt van vijfhonderd miljoen verbruikers. Deze eenheidsmarkt heeft ons bovendien gedwongen om flexibel en competitief te zijn.”

“Sectoren als vlas, schoenen, grote delen van de textiel en confectie, evenals de autonijverheid en de gehele steenkoolnijverheid zijn intussen verdwenen en moesten worden vervangen door nieuwe bedrijvigheden. Dat is grotendeels gelukt. De soepelheid van onze (familiale) kmo’s speelde hierin een grote rol, samen met de aantrekkingskracht die onze regio lange tijd uitoefende op buitenlandse investeerders en overnemers. Als ik zie hoe West-Vlaanderen en Limburg zich hebben aangepast, beschouw ik dat als een goed voorbeeld van creative destruction. De aanwezigheid van de Antwerpse wereldhaven blijft een grote troef van de Vlaamse economie. Vlaams-Brabant profiteert dan weer van de magneet Brussel, dat in de loop der jaren de zetel werd van de EU en de NAVO, met in hun slipstream tal van bedrijven en andere organisaties.”

 

Hoe doet de Vlaamse economie het in vergelijking met de ons omringende regio’s?
 

“Als we kijken naar de werkloosheidscijfers, dan presteert de Vlaamse economie even sterk als de Duitse en de Nederlandse. We zitten sinds 2014 veelal dicht bij ‘volledige tewerkstelling’. Natuurlijk blijven er op de arbeidsmarkt zwakke punten, zoals bijvoorbeeld de hogere werkloosheid bij mensen met een migratieachtergrond. Het ontbreekt ons traditioneel ook aan grote bedrijven, in tegenstelling tot andere kleine regio’s of landen. Hoe kleiner het bedrijf, hoe geringer de middelen voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Wij Vlamingen zijn meer actief dan creatief, maar gelukkig zijn er ook uitschieters.”

“Volgens internationale standaarden verliest ons onderwijs aan kwaliteit en gaat onze talenkennis er op achteruit. Het zal veel politieke moed en aanpassingsvermogen vergen. Die moed is er vandaag ruim onvoldoende.”

 

“De spin-offs van onze universiteiten zijn erg hoopgevend. De KU Leuven werd zelfs bekroond met een internationale award voor haar innovatieve uitstralingskracht. De Vlaamse begroting heeft grote zorg besteed aan de uitgaven voor R&D. Terecht, want het verleden heeft aangewezen welke succesverhalen - denk maar aan imec - er kunnen voortkomen uit een investering met publieke middelen.”

 

 

Voor welke uitdagingen staan we?
 

“Ten eerste is er de competitiviteit van onze bedrijven, die er trouwens sinds enkele jaren terug op vooruitgaat. Daarnaast kan de mobiliteit nog een stuk beter, zeker rond de haven van Antwerpen. Ook het gebrek aan ICT-krachten is een enorme uitdaging, zeker omdat we ons middenin de digitale revolutie bevinden. Bovendien moeten we jong talent in het onderwijs nog beter gaan mobiliseren. Bij jongeren van allochtone afkomst is er vaak nog een gebrek aan sociale mobiliteit. In de war for talent is dat iets dat we ons niet mogen en kunnen veroorloven.”

“Volgens internationale standaarden verliest ons onderwijs aan kwaliteit en gaat onze talenkennis er op achteruit. Ook de overgang naar een koolstofvrije economie is in Vlaanderen een van dé grote opgaven. Het zal veel politieke moed en aanpassingsvermogen vergen, zeker in het personenvervoer en het gebruik van de auto. Die moed is er vandaag ruim onvoldoende.”

 

Wat is er nodig om de positie van Vlaanderen verder te versterken?
 

“Het ondernemerschap is niet alleen een zaak van geld en van verloning. We leggen te weinig de nadruk op creativiteit. Jonge mensen moeten bedrijven leren kennen tijdens het secundair onderwijs. Microbedrijven van studenten zijn een echte springplank. Jonge mensen moeten ook ten volle gebruik maken van de Erasmusprogramma’s van de EU om hun horizon te verruimen en te ontsnappen aan het sedentaire denken en leven. We hebben ruimte en plaats nodig. Nooit zal de welvaart van zovelen afhangen van zo weinigen (voornamelijk jongeren) als in onze vergrijzende samenleving. We moeten start-ups aanmoedigen, zowel op administratief vlak als met risicodragend (venture) kapitaal. Werken en ondernemen zal onze welvaart hooghouden. Jongeren willen dat terecht laten samengaan met een persoonlijk en familiaal leven in een omgeving die klimaat- en milieuvriendelijk is. Activiteit en creativiteit zijn echter ook vormen van ontplooiing en het gebruiken van talenten.”

“Andere continenten zitten niet stil. De concurrentie is zelfs groter dan een of twee generaties geleden. We kunnen ons de cultuur van angst en van het ‘genoeg’ dus niet veroorloven. We moeten blijven hopen en vertrouwen hebben dat problemen - hoe groot ook - kunnen worden overwonnen.”