Wat is de toekomst van het onderwijs (hoger onderwijs)?
 

Onderwijs moet jongeren inspireren, prikkelen, boeien en uitdagen om zich te ontwikkelen tot bewuste, actieve, kritisch denkende en ‘ondernemende’ burgers, die kunnen omgaan met verandering en die weten dat het leerproces, maar ook de latere uitbouw van de (professionele) loopbaan en ‘ondernemen’ vaak een kwestie zijn van vallen en opstaan, waarbij een tegenslag zeker geen falen betekent. Het moet alle jonge talenten kansen geven om zich ten volle te ontwikkelen. Dat is heel belangrijk, want talent is onze enige grondstof in België. Het is een bron van innovatie en competitiviteit. En jongeren zijn de werknemers, werkgevers en beslissers van morgen. Een goede opleiding is ook een opstap naar gelijke kansen, inclusie en sociale bescherming. We moeten dan ook vermijden dat we jongeren verliezen in het onderwijs en (nadien) op de arbeidsmarkt. Om al die redenen hebben we nood aan een attractief en (inter)actief onderwijs dat iedereen betrekt en aanspreekt.

De veranderende context vereist dat organisaties, werknemers en loopbanen wendbaar zijn. Dat moet zich ook vertalen in het onderwijs, via de bagage (kennis, competenties en attitudes) die het meegeeft aan jongeren: die moet mee evolueren, via wendbaar leren, wendbare leerkrachten/docenten, programma’s en schoolorganisaties, die onze jongeren beter moeten wapenen voor de toekomst.

 

Hoe kunnen we meer inspelen op de noden van de bedrijven binnen het onderwijs en kunnen we de bedrijven meer betrekken?
 

We moeten werk maken van een betere afstemming en samenwerking tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt en ondernemingen. Daarom startte het VBO met haar groot YTIA (Young Talent In Action)- initiatief waarbij zij bruggen slaat tussen jongeren, onderwijs, arbeidsmarkt en ondernemingen. Dit moet de inzetbaarheid en arbeidsmarktkansen van jongeren verbeteren. Dit kan door jongeren te informeren, sensibiliseren, maar vooral ook te inspireren en stimuleren bij hun studiekeuze. Geef hen een correcte perceptie van en voorbereiding op de arbeidsmarkt, stimuleer ondernemerszin en ondernemerschap en maak hen bewust van het maatschappelijk belang van ondernemingen, die groei, jobs, welvaart en welzijn scheppen en grote financiers zijn van de overheid, het onderwijs en onze sociale zekerheid, dat wordt té vaak vergeten. Laat hen proeven van de realiteit op de arbeidsmarkt en in de bedrijven. Het opent hun blik, verrijkt de opleiding met arbeidsmarkt- en ondernemingsgerichte competenties en attitudes en kan hen alvast een eerste werkervaring bezorgen, wat hun tewerkstellingskansen aanzienlijk verhoogt.

Bedrijven kunnen daarin een belangrijke bijdrage leveren via bedrijfsbezoeken, kennismakings- en opleidingsstages, ondernemers voor de klas, praktijklessen en labo’s in bedrijven waarbij men leert in een reële bedrijfsomgeving en met de nieuwste producten, machines en technologieën te werken, volwaardig alternerend leren/werken… en alle mogelijke varianten daarop. Heel wat sectoren leveren een actieve bijdrage in het opstellen van lessenpakketten voor het onderwijs en proberen zelf ook actief jongeren voor die richtingen aan te trekken. Deze initiatieven verhogen de opleidingskwaliteit en de arbeidsrelevante competenties en attitudes van de jongeren. Het komt er dus op aan onze deuren nog meer voor elkaar open te stellen zodat ‘kennen’ en ‘kunnen’ elkaar versterken.

 

Wat met nieuwe technologieën, hoe kunnen we deze gemakkelijker implementeren in het onderwijs?
 

Dat kan o.m. via de voormelde versterkte samenwerking tussen scholen en ondernemingen, o.m. rond het werken met digitale toepassingen en de nieuwste producten en technologieën.

De technologische vooruitgang biedt op het vlak van opleiding en onderwijs trouwens voordelen: denk maar aan e-learning of aan ICT-technieken waarmee men een ‘virtuele leeromgeving’ (‘augmented reality’) kan scheppen, met behulp van een simulator, een VR-bril of via een computer die interactie genereert d.m.v. pop-ups, hulpschermen, audio, enz. waardoor de situatie constant wijzigt of extra informatie wordt toegevoegd. Dergelijke technieken bieden voor leer- en onderwijsdoeleinden de mogelijkheid om bv. meer risicovolle taken of technieken op realistische wijze te leren en te trainen zonder echt aan risico’s te worden blootgesteld. Voor scholen is het op die manier ook niet altijd nodig om te investeren in dure machines/installaties.

 

Wat is je opinie over levenslang leren?
 

Levenslang leren (wordt m.i. beter omgedoopt tot ‘loopbaanlang leren’, wat minder klinkt als een veroordeling) is een noodzaak omdat in onze immer veranderende samenleving en context iedereen (individuen én organisaties) mee moeten evolueren en zich wendbaar moet opstellen. De houdbaarheidsdatum van kennis verstrijkt immers steeds sneller. We moeten onze kennis en competenties dan ook regelmatig actualiseren. Levenslang leren vormt niet voor niets de vierde pijler van ‘flexicurity’ en is een gedeelde verantwoordelijkheid van zowel overheid, onderneming/werkgever én werknemer/burger.

Daarom is een mentaliteit en ingesteldheid van levenslang leren onontbeerlijk. Leren en ontwikkelen gebeurt trouwens altijd en overal. Niet alleen in formele leerprocessen, de werkplek als leerplek: grenzen tussen werk en school vervagen. Het onderwijs en de overheid moeten er wel voor zorgen dat er zich een leercultuur ontwikkelt. Daar is nog werk aan de winkel: terwijl we voor de opleidingsinspanningen van onze bedrijven aan de kop van het Europese peloton zitten, bengelen we voor de opleidingsinspanningen van individuen helemaal achteraan. We hebben nood aan een echte leercultuur in België en zijn nog ver weg van de ‘zelfredzaamheid’ (het individu neemt mede verantwoordelijkheid voor z’n inzetbaarheid binnen het kader dat de overheid en de werkgever daarvoor scheppen) die zo kenmerkend is voor de (arbeids)marktcultuur in de Scandinavische landen.

Jongeren stellen zich alvast wendbaar op: onze bevraging (via iVox) bij 500 jongeren (representatief staal van jongeren van 17 tot 27 jaar) toont aan dat twee op drie jongeren bereid zijn om een job uit te oefenen die niet in het verlengde ligt van hun opleiding of studiekeuze. Bijna de helft vind dat je niet mag vastroesten in je job en best om de zoveel jaren op zoek gaat naar een nieuwe uitdaging. Een gezonde reflex waarop zeker moet worden ingespeeld.