Welke ervaring hadden jullie in de horeca of met ondernemen, vooraleer jullie aan Mijn Pop-Up Restaurant deelnamen?

Willem: “Voor we deelnamen, werkte Miette al ruim acht jaar in een restaurant in Tessenderlo. Toen we een relatie begonnen, ben ook ik daar beginnen te werken. Aanvankelijk was dat als afwasser, maar uiteindelijk leerde ik ook om mee te helpen in de keuken. Maar ik kook gewoon ook heel graag! Ik heb trouwens thuis altijd veel gekookt, want ik ben de oudste van vier broers. Papa (Patrick Vankrunkelsven, red.) heeft steeds in de politiek gezeten en mama is vroeg gestorven, dus dan leer je vanzelf om je plan te trekken.”

Miette: “Ook ik ben in dat restaurant begonnen als afwasser, maar na vier jaar had ik daar echt genoeg van en heb ik de kans gekregen om de zaal te doen. Daar ben ik dan echt opengebloeid.”

Hoe zijn jullie op het idee gekomen om deel te nemen aan Mijn Pop-Up Restaurant?

Willem: “Toen we nog een koppel waren, hebben we talloze keren om te lachen gezegd dat we samen ooit een koffiehuis of een kleine zaak wilden openen met wat hapjes en tapjes. We dachten toen bijlange nog niet aan een restaurant, laat staan deelnemen aan een programma. Het is een vriend van ons die ons voor de grap heeft ingeschreven. We hadden eerlijk gezegd nooit gedacht dat we bij de selecties gingen zijn.”

“Toen we de eerste keer werden opgeroepen voor een gesprek waren we ervan overtuigd dat het daarbij zou blijven. Tegen onze verwachtingen in werden we dan toch weer telkens opnieuw uitgenodigd voor gesprekken en testen. Daarbij moesten we uiteindelijk ook een eerste concept voorleggen en zelfs psychologische testen afleggen.”

Miette: “Die psychologische testen waren wel goed, want ondernemen - en zeker deelnemen aan zo’n programma - is echt wel zwaar! Als je met een zaak begint, ben je daar zeker in de beginjaren continu mee bezig. De camera’s die er in dit geval opstonden vergrootten de stress nog, want iedere fout werd onmiddellijk door iedereen gezien en uitvergroot.”

Mentoring is goed, zeker bij het opstarten van je zaak, maar uiteindelijk moet het wel je eigen project blijven, waarbij je trouw blijft aan jezelf

 

Hoe is het concept van jullie restaurant tot stand gekomen?

Willem: “Een creatieve vriendin van Miette heeft ons aanvankelijk geholpen bij het brainstormen rond ideeën. Daar kwamen heel wat leuke dingen uit, maar uiteindelijk is het dan toch nog iets heel anders geworden en zijn we geëindigd bij het idee om tapas op z’n Belgisch te brengen.”

Miette: “Voor het programma moest het wel ongelofelijk snel gaan. Vier dagen op voorhand kregen we de vraag om ons concept te komen voorstellen. We hadden dus niet de tijd om écht grondig na te denken (lacht).”

Willem: “De programmamakers zagen wel dat we enkele goede ideeën hadden, en dus kregen we de kans om die voor te leggen aan de jury. Die jury hielp vervolgens mee bij de verdere uitwerking. Zo zijn we uiteindelijk uitgekomen bij een Mexicaans concept met taco’s. Vooral Sergio Herman was daar een grote fan van.”

Miette: “Mentoring is goed, zeker bij het opstarten van je zaak, maar uiteindelijk moet het wel je eigen project blijven, waarbij je trouw blijft aan jezelf. Anders kan je het ook niet met passie doen.”

Wat is het belangrijkste dat jullie uit deze ervaring hebben geleerd?

Willem: “Een leuk idee hebben en kunnen koken is één zaak, maar het hele plaatje van je onderneming moet kloppen, ook het financiële! In het begin waren we daar totaal niet mee bezig. Zo bleek tijdens een doorlichting dat we een veel te hoge personeelskost betaalden. We hadden het geluk dat we goed personeel hadden dat erg gemotiveerd was om veel te werken. Ze maakten zoveel overuren dat zowel zijzelf als wij veel meer belastingen zouden moeten betalen. Pas na de doorlichting hebben we goede uurroosters opgesteld en zijn we er streng op beginnen te letten dat iedereen zich aan zijn uren hield.”

Miette: “Ons luxeprobleem was dat al ons personeel graag wilde blijven, ook na hun uren. Iedereen was er altijd voor ons en wilde er echt voor gaan. Eigenlijk kan je als werkgever niet beter hebben, maar dat kan dus niet zomaar.”

Willem: “Uiteindelijk zijn het personeel en de voedingswaren voor een restaurant de allerbelangrijkste kosten. In een echte zaak maakt de personeelskost vaak het verschil voor je winstgevendheid. We zijn dus blij dat we daar toen iets aan hebben kunnen doen. Maar ook de kost voor de inrichting moet je niet onderschatten. We hadden het geluk dat we hiervoor via het programma en zijn sponsors een budget kregen, maar voor een beginnende zaak zijn zo’n budgetten vaak niet realistisch.”

“Als wij met onze eigen centen een zaak moesten opstarten, dan zouden we waarschijnlijk nooit zulke dure meubels kunnen betalen. We zouden dan eerder zoeken naar goedkopere opties die in onze stijl passen. Je kan zo’n zaak zelfs heel leuk inrichten met spullen uit de kringloopwinkel.”

Bij het openen van onze zomerbar een maand later beseften we pas echt hoe moeilijk het is om te ondernemen.

Na het programma zijn jullie niet bij de pakken blijven zitten en hebben jullie een pop-up zomerbar gelanceerd. Hoe is dat verlopen?

Willem: “Na de finale was er op sociale media een overweldigende vraag om verder te doen. Maar bij het openen van onze zomerbar een maand later beseften we pas echt hoe moeilijk het is om te ondernemen. Het was in feite niet meer dan een lowbudgetkraam die we op bepaalde zomerevenementen opstelden.”

Miette: “Logistiek gezien was dat allerminst eenvoudig. We moesten steeds een keuken zoeken bij bevriende horecazaken waar alles kon worden bereid, want de kraam zelf had enkel wat elektrische vuurtjes. Ook moesten we een koelwagen huren om alles ter plekke te krijgen. En dat allemaal met een heel beperkt budget!”

Willem: “De keukens die we mochten gebruiken voor de mise-en-place waren trouwens enkel ’s nachts beschikbaar, want overdag waren die nu eenmaal in gebruik. We werkten dus ’s nachts laat door om de dag erna dan ergens met onze pop-up zomerbar te kunnen staan.”

Miette: “Als ik er nu aan terugdenk, weet ik niet hoe we dat allemaal georganiseerd kregen (lacht). Maar de reacties waren wel zeer positief. We hadden dankzij onze vele online volgers en fans vaak een meterslange rij voor onze kraam die maar niet korter werd! Na drie à vier uur waren we meestal al uitverkocht. We konden ook niet te veel maken, want dan maakten we mogelijk verlies. Tijdens het programma was eventueel verlies niet voor ons, maar nu was het wel met onze eigen centen. We moesten dus extra voorzichtig zijn. Toen beseften we ook wel hoe verwend we zijn geweest tijdens het programma.”

Willem: “Die zomerbar was uiteindelijk pas het echte ondernemen! Het programma was een kans om te zien hoe het eraan toegaat, zonder een al te groot risico te lopen. Het financiële plaatje was daar niet zo belangrijk. Op dat vlak hebben we er wel wat geleerd, maar bijlange niet alles. We deden bijvoorbeeld onze boekhouding of betalingen niet zelf. Wél hebben we leren omgaan met personeel. Omdat we nog jong zijn, hadden we het in het begin moeilijk om leiding te geven aan anderen die ouder waren dan ons. We hebben dus moeten leren om strikt te zijn en om de lijnen af te bakenen.”

Zijn jullie van plan om met die ervaring een nieuw restaurant op te starten?

Miette: “Momenteel heb ik er het budget nog niet voor, maar ik zie mezelf wel ooit een eigen klein restaurant openen.”

Willem: “Ikzelf zou ook wel graag een eigen zaak willen hebben, maar niet zo’n uitgebreid restaurant als tijdens het programma. Eerst wil ik echter mijn studies elektromechanica afmaken, maar dat belet me niet om intussen al ideeën op te doen die ik misschien ooit zal kunnen gebruiken.”