Wanneer een bedrijfswagen ook bedoeld is voor persoonlijk gebruik, ontstaat er een belastbaar Voordeel Alle Aard in hoofde van de werknemer. Vorig jaar was er al een wijziging van de VAA-regeling. Vanaf 2012 worden de cataloguswaarde en CO2-uitstoot in rekening gebracht bij de berekening van het VAA. Op 1 januari 2013 werd een nieuwe regeling van kracht inzake BTW-aftrek van bedrijfswagens.

Wijzigingen

Michel Van den Broeck, voorzitter van Renta (Belgische Federatie van Voertuigen Verhuurders), geeft toelichting. “Er is wat onrust geweest in de sector door allerlei onduidelijkheden. Deze zijn ondertussen uitgeklaard dankzij extra toelichtingen vanuit het departement Financiën. De belangrijkste wijziging van vorig jaar behelst dat de cataloguswaarde en de CO2-uitstoot in rekening gebracht moeten worden bij de berekening. Onder cataloguswaarde verstaat men de catalogusprijs van het voertuig in nieuwe staat bij verkoop aan een particulier, met inbegrip van alle opties en uitrustingen, zonder rekening te houden met enige korting en inclusief de werkelijk betaalde BTW. Aan de hand van een correctiecoëfficiënt wordt ook rekening gehouden met de ouderdom van de auto. Dit jaar is de meest relevante wijziging het feit dat werkgevers niet meer precies moeten bijhouden hoeveel kilometers werknemers privé met de wagen afleggen. De aftrek van BTW wordt beperkt tot het werkelijke beroepsgebruik.”

Aftrekbaarheid

“Vroeger was de BTW op personenwagens nog voor 50% aftrekbaar. Nu is de BTW in principe enkel aftrekbaar volgens de werkelijke verhouding tussen privé- en beroepsgebruik, met een maximum van 50%. Als je dus je bedrijfswagen meer privé dan voor je werk gebruikt, zal je minder BTW kunnen aftrekken.” Om het percentage privégebruik te bepalen kunnen ondernemingen kiezen uit drie methodes. De eerste houdt in dat je manueel of aan de hand van software, een rittenadministratie voor dagelijkse verplaatsingen voor beroepsdoeleinden bijhoudt. Bij de tweede methode wordt het percentage bepaald door middel van een formule die de afstand tussen woning en werk en de totaal afgelegde afstand per jaar in rekening brengt. De derde en meest toegepaste methode geldt enkel voor ondernemingen met minimaal vier bedrijfswagens. Hierbij wordt het beroepsgebruik forfaitair vastgelegd op 35%, waardoor ook de maximale aftrek wordt beperkt tot 35%. We schatten de extra inkomsten voor de overheid op ca. 250 miljoen euro.

Gevolgen

“De nieuwe regeling heeft wel z’n gevolgen gehad”, zegt Van den Broeck. “83% van de werknemers betaalt nu meer dan vroeger. Gemiddeld worden ze belast op een hoger VAA van 900 euro per voertuig per jaar, dat is een stijging van 44%. De vrees voor de ineenstorting van de leasingmarkt bleek uiteindelijk ongegrond. Er zijn ongeveer evenveel bedrijfswagens gehuurd ten opzichte van vroeger. In het luxesegment is er daarentegen wel een opmerkelijke daling.”

“Vooral de nieuwe regelgeving uit 2012 blijkt vrij complex te zijn, zeker voor oudere voertuigen. Daarvan weet men maar zelden exact wat destijds de catalogusprijs was. De regering zal met de nieuwe maatregelen waarschijnlijk ook niet de verhoopte 200 miljoen euro ophalen, door de onverwachte ineenstorting van het luxesegment. Dit heeft negatieve effecten op de BTW-ontvangsten.”

Trends

Naast deze achteruitgang ziet Van den Broeck de laatste jaren enkele algemene trends in de leasingmarkt. “De ‘vergroening’ van het wagenpark blijft zich doorzetten. Voor het eerst hebben meer dan 30% van de nieuw ingeschreven bedrijfswagens een CO2-uitstoot lager dan 115 g/km, mede dankzij de fiscale voordelen die hiermee verbonden zijn. Daarnaast worden auto’s steeds vaker uitgerust met hoogtechnologische elektronica en communicatiemiddelen. Een andere uitdaging is ongetwijfeld de nieuwe generatie jongeren die minder belang hechten aan wagenbezit, maar vooral kijken naar het gebruik ervan en het gemak van verplaatsing. Voor hen is het belangrijk op het juiste moment een aangepaste wagen of een ander vervoersmiddel ter beschikking te hebben.”