Op welk vlak speelt Vlaanderen een innoverende rol binnen deze globale megatrends?
 

Reyntjens: “Op het vlak van de energietransitie wordt in Vlaanderen baanbrekend onderzoek verricht naar duurzame en hernieuwbare energie. Zo heeft VITO in EnergyVille (Waterschei) twee energie-units die samen met imec, KU Leuven en UHasselt onderzoek voeren naar bijvoorbeeld batterijopslagsystemen, batterijmanagementsystemen, smart grids, micro grids, warmtenetten en smart cities. Bij VITO doen we daarnaast ook onderzoek naar het gebruik van diepegeothermie.”

“In het licht van de circulaire economie is vooral een maximaal hergebruik van grondstoffen cruciaal. Daarnaast is er aandacht voor CO2-captatie en -hergebruik. Een meer traditioneel onderzoeksveld is procesintensifiëring. Het doel daarbij is om chemische processen te kunnen voeren met minder energie en minder grondstofgebruik.”

 

 

Bruno Reyntjens, commercieel directeur

 

“Om een antwoord te bieden op onze verouderende bevolking streven we naar een transitie van een curatieve naar een preventieve gezondheidszorg. Het gaat daarbij dus niet langer enkel over het ontwikkelen van geneesmiddelen voor het onderdrukken en voorkomen van allerlei kwaaltjes. Bij preventie wordt echt gekeken naar hoe de buitenwereld onze gezondheid kan beïnvloeden.”

“De urbanisatie tot slot is een gevolg van de bevolkingstoename. Daarom is het belangrijk om de steeds schaarser wordende landoppervlakte op een duurzame manier te gebruiken. Vlaamse onderzoekers trachten dit gebruik en de evolutie ervan alvast zo gedetailleerd mogelijk in kaart te brengen. Zowel met haar energie- en mobiliteitsonderzoek als met onderzoek naar duurzame gebouwen en materialen draagt VITO bij aan de transitie naar een duurzame stedelijke omgeving.”

 

Waarom is Vlaanderen zo sterk in deze thema’s?
 

Fransaer: “Een groot stuk van onze Vlaamse economie is gebaseerd op energie- en grondstoffenintensieve activiteiten, zoals bijvoorbeeld de chemiecluster. Het is dan ook logisch dat we voluit inzetten op deze thema’s en intussen een voorsprong hebben uitgebouwd ten opzichte van sommige andere landen.”

“Bovendien bevinden we ons midden in Europa, dat samen met China en Noord-Amerika één van de drie grote innovatieclusters wereldwijd is. Hierdoor trekken we de beste en meest getalenteerde onderzoekers aan. Momenteel is 17% van ons onderzoekpersoneel van buitenlandse origine. Die experts kunnen we vervolgens laten werken op thema’s die niet enkel voor Vlaanderen, maar ook voor de rest van de wereld relevant zijn. Op die manier komt Vlaanderen binnen de net aangehaalde thema’s zeer sterk uit de bus.”

 

Welke evoluties stelt u vast binnen deze thema’s?
 

Dirk Fransaer

Gedelegeerd bestuurder

Fransaer: “Binnen de energietransitie merken we dat er in Vlaanderen steeds meer wordt gezocht naar betaalbare oplossingen. De subsidies nemen immers stilaan af en er is een bewustwording dat bij duurzaamheid ook de sociale en financiële component moeten worden meegenomen. Op het vlak van de circulaire economie beseffen veel bedrijven echter nog niet dat dat een echte omslag vraagt van hun manier van functioneren.”

“Qua gezondheidszorg zullen we ernaar moeten streven om mensen veel later (of korter) afhankelijk te maken van medicatie dan vandaag het geval is. Maar zo’n duurzame gezondheidszorg vraagt dan wel om een ander soort businessmodel in de farmaceutische industrie.”

 

Waarom is het zo belangrijk om als regio in te zetten op innovatie?
 

Fransaer: “Het is cruciaal om onze lokale maakindustrie voor te bereiden op nieuwe marktevoluties. Anders is ze binnen de kortste keren verouderd. We moeten onze Vlaamse industrie blijven voeden met nieuwe ideeën.”

Reyntjens: “Onze rol hierin is alvast dat we de bedrijfswereld helpen om risico’s te nemen die ze anders niet zouden aangaan. Anderzijds is een onderzoeksinstelling of universiteit alleen niet in staat om nieuwe technologieën of andere innovaties breed te gaan vermarkten. Het is dus daar dat de drie werelden elkaar raken en waar we een perfect voorbeeld zijn van een goed werkende triple helix.”

“Als VITO willen we alvast de barrières voor Vlaamse bedrijven verlagen om nieuwe technologieën en innovaties te implementeren, met ondersteuning van het Vlaamse R&D-beleid. Zeker de Vlaamse kmo’s hebben nood aan dit soort begeleiding en facilitering, want zij vinden vaak zelf de weg niet naar kennisinstellingen.”

Fransaer: “De Vlaamse regering wil met haar ‘Visie 2050’ evolueren naar een duurzame samenleving. Er ontbreken echter nog heel wat componenten om die visie te realiseren. Het komt erop aan om het onderzoek te laten doorstromen naar de bedrijfswereld en de maatschappij. Het is daar dat VITO een noodzakelijke rol opneemt door met een combinatie van de push- en de pullmethode de weg te tonen en begeleiding te geven richting het vooropgestelde doel.”