Hoe scoort Vlaanderen op het vlak van wetenschappelijk onderzoek?

“Op het vlak van life sciences en de daarop gerichte onderzoeksinstellingen scoort Vlaanderen traditioneel erg sterk. Zo is er het VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie), dat bij zijn oprichting door de overheid het doel kreeg om excellentie na te streven in het zoeken naar behandelingen en medicaties voor ziektes die de levenskwaliteit beïnvloeden.”

“Het aantal patiënten met chronische ziekten die gerelateerd zijn aan leeftijd neemt door de vergrijzing sterk toe. Ik denk hierbij aan cardiovasculaire aandoeningen, kanker, geestesziekten, enz. Net op die domeinen wordt in Vlaanderen en binnen het VIB heel wat onderzoek verricht. We horen zelfs internationaal bij de top. En dat is een voordeel, want deze ziekten moeten dringend worden aangepakt. Anders zullen de ziektekosten stijgen en zal de levenskwaliteit van veel mensen in het gedrang komen.”

Vanwaar die internationale toppositie?

“Om in bepaalde domeinen een niveau van excellentie te halen, en dat  in een relatief kleine regio zoals Vlaanderen, dienen er ook keuzes te worden gemaakt. Hoewel alle onderzoeksdomeinen een goede financiële ondersteuning moeten krijgen, kan men deze niet allemaal met dezelfde snelheid vooruit laten gaan. Zo heeft de Vlaamse overheid gekozen om extra in te zetten op onder meer life sciences en technologie. Deze domeinen krijgen extra financiering die toelaat om te (blijven) excelleren.”

Welke noden worden nog onvoldoende beantwoord?

“Vlaanderen heeft een lange traditie om te investeren in onderzoek naar cardiovasculaire aandoeningen en kanker. Dankzij de wetenschappelijke vooruitgang en de betere behandelingen voor deze ziekten leven mensen nu langer, maar dat zorgt dan ook wel voor een toename van het aantal patiënten met een chronische ziekte.”

“Voor verscheidene van deze chronische ziekten bestaan er al zorgtrajecten en witboeken, maar voor geestesziekten ontbreekt dit nog volledig. Toch zal door de vergrijzing het aantal patiënten met bijvoorbeeld dementie of depressie drastisch toenemen. We dreigen op dit belangrijke domein achter te geraken op andere landen, terwijl we enkele decennia geleden nog bij de wereldwijde top behoorden als het op hersenonderzoek aankwam.”

In Frankrijk heeft men een nationaal ‘Alzheimerplan’, in Nederland het onderzoeks- en innovatieprogramma Memorabel als deel van het ‘Deltaplan Dementie’, in Duitsland de excellentiecentra voor neurodegeneratieve ziekten, in het Verenigd Koninkrijk onder meer de investeringen in dementieonderzoek door de ‘Wellcome Trust’, noem maar op.  De regering investeert in die landen rechtstreeks en doelbewust in onderzoek en netwerken rond dementie.

In Vlaanderen is dit soort van investering eerder beperkt tot het VIND (Vlaams Impulsfinanciering in Netwerken voor Dementieonderzoek), een project van vier jaar dat afloopt in 2018 en waarin twee excellentiecentra betrokken zijn aan de UAntwerpen en de KU Leuven.”

Hoe belangrijk zijn zo’n netwerken voor het wetenschappelijk onderzoek?

“Netwerken zijn cruciaal om kennis te delen en innovatie te versnellen. Ze zorgen als het ware voor een multiplicatie. Op federaal vlak hadden we hiervoor de Interuniversitaire Attractiepolen. Hieronder zaten meerdere topnetwerken rond hersenonderzoek. Deze financiering is nu echter stopgezet. In plaats daarvan wil men investeren in ‘projecten’, maar de omvang hiervan is vele malen kleiner dan de succesvolle en meer diverse netwerken die we al twintig jaar lang hadden uitgebouwd. Bovendien wordt er nu vooral ingezet op basisonderzoek, terwijl het niet duidelijk is welk niveau van excellentie zal worden nagestreefd.”

“We zetten een grote stap achteruit, omdat men al het onderzoek om politieke redenen op Vlaams niveau wil beheren. Niet dat ik daar iets tegen heb, maar dan zou men het concept niet mogen wijzigen. Het ontbreekt momenteel aan initiatief van de Vlaamse overheid om met gelijkwaardige alternatieven te komen. Als het blijft bij de beperkte plannen die nu op tafel liggen, gaan we naar een versnippering van de kennis die we jarenlang hebben opgebouwd.”

Hoe reageert de wetenschappelijke wereld hierop?

“Voor topwetenschappers maakt het niet uit of ze nu Europese, federale of Vlaamse steun krijgen, zolang ze maar onderzoek kunnen voeren en samenwerkingen kunnen opzetten die op topniveau zijn. Enkel zo kunnen zij én de patiënten met hersenaandoeningen hoopvol kijken naar de toekomst. Er moet dus een tand worden bijgestoken om samenwerking te bevorderen, willen we de toppositie van Vlaanderen op het vlak van wetenschappelijk onderzoek behouden.”

Voor veel wetenschappers uit de netwerken die nu financieel drooggelegd worden, is het in ieder geval duidelijk: zij zullen ondanks de versnippering van de financiering blijven streven naar een ruimere samenwerking, boven de kleine projecten die nu worden opgezet.”