Zelf heeft hij ambities om voorzitter van de Europese Commissie te worden, maar ook over de rol van België op internationaal niveau heeft hij een duidelijke visie. De kunst van het sluiten van compromissen die wij Belgen als geen ander beheersen, maar ook de Belgitude van openheid zorgen ervoor dat België een rol kan spelen in de realisatie van het grote Europa project. En dat dit project nog niet op zijn einde loopt, daar is hij steevast van overtuigd.

U maakte de overstap van nationaal naar Europese niveau. Wat heeft u hiertoe aangezet?

Verhofstadt: “Ik heb het Europese niveau leren kennen in 1999 toen ik als premier lid werd van de Europese Raad. Ik was eigenlijk meteen verkocht. Het was duidelijk dat de grote uitdagingen waar we voorstaan - de economische crisis, de klimaatcrisis, de internationale misdaad,... - op het Europese niveau  aangepakt moeten worden. Bovendien moet je in Europa samenwerken met verschillende nationaliteiten en enorm veel politieke partijen. Dat maakt het nog eens zo uitdagend.”

U wordt door ALDE voorgedragen als kandidaat voor het voorzitterschap van de Europese Commissie. Wat zijn uw prioriteiten?

“Europa moet haar structuren en instellingen hertekenen wil ze democratischer en slagvaardiger kunnen optreden. Maar er moeten ook Europese instrumenten gecreëerd worden om oplossingen te kunnen bieden voor Europese problemen zoals de massawerkloosheid, de asielproblematiek,…”

“Dat is mijn programma: de EU hervormen zodat ze een antwoord kan bieden op deze enorme uitdagingen. Dit is geen kwestie van een superstaat te creëren, want ik zou niet liever zien dan dat de EU zich tegelijk ook terugtrekt uit heel wat domeinen waar ze nu overreguleert en daardoor mensen en bedrijven op stang jaagt. Denk maar aan de beruchte casus van de flesjes olijfolie in restaurants of de grootte van de appels. Pro-Europees zijn is verre van hetzelfde als kritiekloos de huidige EU aanvaarden of een pleidooi houden voor een Europese superstaat.”

U en Olli Rehn ambieerden beiden deze positie, maar kwamen door een onderling akkoord overeen dat u de kandidaat-voorzitter wordt. Wat heeft tot deze beslissing geleid?

“Ik ben kandidaat-voorzitter en Olli is mijn 'running mate' als ik dat zo mag uitdrukken. Ik denk dat voortschrijdend inzicht gespeeld heeft. Olli en ik verschillen heel sterk van stijl: hij is de rustige uitvoerder, ik ben de bevlogen campaigner. Maar onze visie op waar het naartoe moet met de EU is zeer gelijklopend. Ik denk dat we elkaar dus perfect aanvullen. We denken hetzelfde, maar drukken het verschillend uit. Dat maakt van ons een sterk team, want in je eentje in heel Europa campagne voeren, is bijna onbegonnen werk. Goed dat we het werk wat kunnen verdelen.”

Wat is uw rol als politicus binnen het grote Europa project? In welke mate houdt u rekening met de publieke opinie?

“Te weinig volgens sommigen (lacht). Momenteel hebben de eurosceptici de wind in de zeilen. Wil dat dan zeggen dat ik mijn mening moet wijzigen en het makkelijke maar misleidende verhaal moet brengen dat als we ons terugtrekken achter onze nationale grenzen al onze problemen - van werkloosheid tot misdaad  - vanzelf zullen verdwijnen? Neen toch? Het is de rol van een politicus om de publieke opinie mee te vormen en ze niet te ondergaan. Te leiden en niet te volgen. Ik probeer mensen uit te leggen waarom Europa, als we het hervormen, nog wel zin en nut heeft. Dat is een moeilijke en genuanceerde boodschap, dat besef ik, maar het is mijn taak als politicus om moeilijke boodschappen toch aan de man te brengen.”

Wat zijn de belangrijkste troeven van België om een rol te kunnen spelen op Europees en op wereldniveau?

“We hebben de gave om compromissen te sluiten die de zaak vooruit helpen. Een goed compromis sluiten, is een kunst: het is niet hetzelfde als alle standpunten zo verwateren dat er niets meer gebeurt. Ik denk dat Belgen dat erg goed verstaan en zo een meerwaarde hebben op het internationale toneel. Misschien zijn we daarom ook beter in zakendoen dan dat we soms van onszelf denken. Per slot van rekening zijn we één van de exportkampioenen in de wereld. We 'oversellen' onszelf zelden, waardoor we juiste verwachtingen creëren bij onze gesprekspartners.”

Als we naar de geschiedenis kijken, speelde België al een Europese rol nog voor het daadwerkelijk België was. Zo heeft bijvoorbeeld de havenstad Antwerpen al heel lang een Europees karakter. Hoe zet deze traditie van openheid zich vandaag verder?

“Openheid is iets dat moeilijk te vangen is in woorden. Maar net zoals de Antwerpse haven een mooi beeld is van wat openheid kan betekenen, vind ik de Belgitude waar de laatste tijd vaak naar verwezen wordt wel sprekend. Vandaag bestaat er gelukkig niet zoiets als Belgisch nationalisme. Belgitude verwijst naar een levenshouding. Een houding die open staat voor het nieuwe en het andere. Het is geen toeval dat artiesten als Stromae of de Rode Duivels dit belichamen: ze hebben niet alleen gemengde 'roots', ze hebben vooral talent en ze zijn open en creatief.”

U ijvert voor een meer geïntegreerd Europa. Welke invloed zal dit hebben op België?

“België zal steeds meer onderdeel worden van een Europees geheel in plaats van op zichzelf te staan. Dit betekent dat we een deel van onze beslissingsmacht afstaan aan Europa. Maar dat wil niet zeggen dat we hiermee de democratie uithollen, zoals sommigen beweren. Het verlies van soevereiniteit waar vaak naar verwezen wordt, is niet reëel. Individuele landen hebben door de globalisering minder inspraak. Via Europese integratie kunnen we onze verloren soevereiniteit net terugwinnen. Paul-Henri Spaak heeft dat ooit erg mooi uitgedrukt: "Er zijn twee types Europese landen. Zij die klein zijn en dat beseffen, zij die klein zijn en dat niet beseffen." Het is een goede zaak dat België tot de eerste categorie behoort.”

U hebt samen met Daniel Cohn-Bendit ‘Voor Europa’ geschreven waarin u spreekt over ‘polycrisis’. Wat bedoelt u hier precies mee? Wat moet Europa ondernemen om uit deze crisis te geraken?

“Om Europa uit de crisis te trekken moeten we onze economische strategie op Europees niveau uitdenken en uitvoeren. Twee cruciale voorbeelden. Ten eerste, ons budgettair beleid en de hervormingen die daarachter zitten. Vandaag heeft de EU daar in theorie haar zeg over want dat is cruciaal voor een goedwerkende eenheidsmunt. In de praktijk leggen de lidstaten echter het grootste deel van de Europese aanbevelingen naast zich neer. Ten tweede weigeren de Europese Raad van staats- en regeringsleiders momenteel een echte Europese bankenunie te smeden.

Dit zorgt ervoor dat de link tussen falende banken en de belastingbetaler overeind blijft waardoor het vertrouwen in de Europese banken op een historisch  laagtepunt zit. Het gevolg hiervan is op zijn beurt dat het goedkope geld dat bij de banken zit niet uitgeleend wordt aan bedrijven of mensen die een lening willen afsluiten. Onze economische groei wordt hierdoor gehypothekeerd en het publieke vertrouwen in de EU daalt daardoor zienderogen. Dat is de polycrisis waar we in vast zitten: de economische, politieke en democratische crisissen die elkaar voeden. Een vicieuze cirkel waar we uit moeten geraken.”

Hoe ziet u de positie van Europa op wereldvlak evolueren?

“Europa verliest steeds meer terrein op wereldniveau, zowel op politiek als op economisch vlak. Dat komt omdat we ons eigen huishouden niet op orde hebben. Maar ik ben optimistisch: als we de unie kunnen hervormen, is er opnieuw een rol weg gelegd voor ons. Al zullen we nooit meer het centrum van de wereld zijn, zoals in de 19e eeuw, maar dat is ongetwijfeld een goede zaak. Monopolisten worden na verloop van tijd lui en innoveren niet meer. Een stevige dosis competitie houdt ons scherp.”