Pieter Timmermans,
Gedelegeerd bestuurder Verbond der Belgische Ondernemingen

Door in te zetten op maatregelen die ondernemersvriendelijk zijn, ben je al een heel eind op weg. Meer ondernemerschap is immers het fundament voor meer groei en meer tewerkstelling, die op hun beurt de garantie zijn voor meer koopkracht en een sterke sociale zekerheid.

Lasten op arbeid

Een van de belangrijkste elementen in het debat omtrent private tewerkstelling, zijn de lasten op arbeid. In België zijn die steeds (te) hoog geweest, wat een rem zette op de concurrentiekracht van onze ondernemingen. Bij haar aantreden had de federale regering dan ook de doelstelling om de bijkomende loonkostenhandicap die was ontstaan sinds 1996 weg te werken. Door het nemen van structurele maatregelen, zoals de blokkering van de reële lonen in 2015, de indexsprong en de taks shift, zal dit wellicht tegen 2016 lukken. Dit neemt echter niet weg dat er nog steeds een historische loonkostenhandicap bestaat, die eind 2016 (net als in 1996) nog steeds 12,5% zal bedragen. In dit kader pleit het VBO voor een nieuwe wet tot ‘herstel’ van het concurrentievermogen die deze reële loonkostenhandicap structureel doet dalen.

Onze bedrijven worden immers dagelijks geconfronteerd met deze werkelijke loonkostenhandicap t.o.v. de drie buurlanden. Dit maakt het voor bedrijven in de maakindustrie, de bouw of de e-commerce-sector erg moeilijk om marktaandelen uit te breiden of behouden, zelfs als je nicheproducten of hoogkwalitatieve, innovatieve producten aan de man wil brengen.

Meer groei en meer jobs

De digitalisering van de economie is een cruciale hefboom om aan te knopen met een sterkere economische groei. 90% van onze jobs vereisen ICT-vaardigheden

Dat lagere lasten op arbeid en een positieve impact hebben op economische groei, is evident. Dit zal in de komende jaren dan ook belangrijke positieve terugverdieneffecten genereren via meer groei en meer jobs. De eerste tekenen zijn er reeds. Daarnaast zijn er ook nog een aantal maatregelen mogelijk die op korte termijn niets hoeven te kosten, maar de economische groei wel ten goede komen. We staven deze stelling graag met drie elementen.

In de eerste plaats schuiven we de ‘kwaliteit van wetgeving’ naar voren. Zo is er een verband tussen ‘kwaliteitsvolle wetgeving’ en economische groei. België scoort in internationale vergelijkingen hieromtrent niet goed. Vooral arbeidswetgeving, sociale zekerheid en fiscaliteit blijken een moeilijk te doordringen kluwen te zijn. Minder, eenvoudige en regels aangepast aan de 21e eeuw kunnen de groei dan ook aanzienlijk versterken.

Het is bijvoorbeeld positief dat er nu op bedrijfsniveau afspraken gemaakt kunnen worden die e-commerce moet kunnen toelaten. Vandaag bevinden we immers in een kader waar Belgische consumenten met een muisklik goederen kunnen aankopen en snel geleverd krijgen bij buitenlandse bedrijven en buitenlandse consumenten hetzelfde kunnen doen bij Belgische bedrijven. Dit ‘verbod op avond- en nachtwerk’ verhinderde echter dat Belgische bedrijven hier adequaat op konden inspelen waardoor heel wat Belgen online producten kochten op buitenlandse websites.

Een aangepaste regeling op bedrijfsniveau betekent dan ook een triple win: meer ondernemers zullen een rendabel e-commerce-aanbod kunnen ontwikkelen in België, meer Belgen zullen in deze jobs aan de slag kunnen en meer Belgen zullen ook geneigd zijn hun aankopen te verrichten bij Belgische bedrijven.

Belang van mobiliteitsinfractructuur

Dat lagere lasten op arbeid en een positieve impact hebben op economische groei, is evident. Dit zal in de komende jaren dan ook belangrijke positieve terugverdieneffecten genereren via meer groei en meer jobs.

Daarnaast kan een goede mobiliteitsinfrastructuur de economische groei en productiviteit verhogen en een impact hebben op andere sectoren. Dat hoeft niet noodzakelijk gepaard te gaan met immer hogere overheidsuitgaven. Zo kunnen er bij de NMBS nog belangrijke productiviteitsverbeteringen worden gerealiseerd in de huidige operationele werking zodat meer middelen vrijkomen voor investeringen in het netwerk, het aanbod, het comfort en de stiptheid.

Als VBO willen we dit jaar ook sterk inzetten op het mobiliteitsvraagstuk. Stilstaan is immers achteruitgaan. Het huidige verkeersinfarct kost ons bovendien 2% BBP per jaar aan directe en indirecte kosten. Om deze verkeersknoop te ontwaren zullen infrastructuurinvesteringen nodig zijn, zal moderne verkeersregelende technologie moeten ingezet worden, of zullen nachtleveringen mogelijk moeten worden. Ook een mobiliteitsbudget waarbijwerknemers meer vrijheid en flexibiliteit bij de organisatie van hun woon-werkverkeer krijgen, moet kunnen.

Uiteindelijk is ook de digitale economie een absolute prioriteit voor het VBO, dat wil bijdragen tot het promoten en ontwikkelen ervan in ons land. De digitalisering van de economie is een cruciale hefboom om aan te knopen met een sterkere economische groei. 90% van onze jobs vereisen ICT-vaardigheden: investeren in digitalisering betekent dus investeren in de toekomst en in vereenvoudiging.

Het is dan ook cruciaal dat alle regeringen die dit land rijk is de nodige inspanningen doen op deze drie gebieden (vereenvoudiging, mobiliteit en digitale economie). Enkel zo zullen de maatregelen van de regering inzake concurrentievermogen tot hun volle recht kunnen komen.