Wij vragen de ex-ondernemer uit over het geheim van een succesvolle KMO, het belang van een ondernemingscultuur en de harmonisering van de pensioenen van werknemers en zelfstandigen.

Waarom zijn KMO’s de motor van de Belgische economie?

Alexander De Croo: “Als een klein land met een open economie is België zeer afhankelijk van export. Bij export is het belangrijk dat je een product of dienst aanbiedt dat een waarde bijbrengt, gedifferentieerd is en een aantrekkelijke prijs heeft. Precies op die noden spelen onze kleine en middelgrote bedrijven zeer goed in. Ze zijn dynamisch, reactief en gaan een wereldwijde concurrentie aan in een specifieke niche.”

Welke maatregelen acht u noodzakelijk om KMO’s gezond te houden en de ondernemingscultuur aan te scherpen?

“De administratieve last verkleinen blijft een must. Daarin heeft mijn voorganger Vincent Van Quickenborne al heel wat vooruitgang gemaakt, maar alles kan beter. Ook andere factoren spelen mee. Een geschikte locatie blijft een van de pijnpunten, zeker voor wie een industriële activiteit wil opstarten in Vlaanderen. Het tweede element is de financiering. Op dat vlak heeft de overheid recent nog een aantal maatregelen genomen. Denk aan de verlaging van de roerende voorheffing bij investeringen in een KMO: de dividenden op nieuwe aandelen worden vanaf het tweede boekjaar aan 20% belast en niet aan 25%. Vanaf het derde boekjaar is dat 15%. Als derde moeten we het ondernemerschap bij onze jeugd aanvuren. Hen aanleren om de zaken in vraag te stellen en na te denken over hoe iets beter kan, zal ongetwijfeld een effect hebben op de ondernemerscultuur. Ook de opwaardering van het beroepsonderwijs en een betere samenwerking tussen scholen en bedrijven is een noodzaak. Ten slotte blijft een verdere verlaging van de loonkosten een belangrijk aandachtspunt. Doen we dat niet, dan zullen KMO’s nog meer moeite hebben met het vinden van gekwalificeerde werkkrachten.”

Vindt u dat KMO’s meer subsidies moeten krijgen?

“Subsidies zijn contraproductief, omdat ze ondernemers dwingen om aan politieke eisen te voldoen. Dat is een verkeerde dynamiek: een ondernemer kan zijn keuzes beter zelf maken op basis van zijn eigen marktgevoel. Het kan niet de bedoeling zijn dat overheden Sinterklaas spelen door aan bepaalde ondernemers cadeaus uit de delen en aan andere niet. Wat we als overheid wel kunnen doen is de kosten voor alle ondernemers drukken, doorheen een vermindering van de sociale lasten of belastingen, een betere mobiliteit en betaalbare energie.”

Welke zijn de grote uitdagingen inzake pensioenen voor zelfstandigen en KMO’s?

“De voorbije tien jaar heeft de overheid flinke inspanningen gedaan om de discriminatie tussen werknemers en zelfstandigen weg te werken. Zo werden de minimum gezinspensioenen voor zelfstandigen met 68% opgetrokken. Voor alleenstaande zelfstandigen is er echter nog een inspanning nodig, net zoals voor mensen met een gemengde loopbaan. Een ander vraagstuk is het aanvullend pensioen: omwille van de kosten en administratieve lasten bieden te weinig KMO’s deze tweede pijler aan hun werknemers aan, terwijl het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen evengoed ontoereikend is. De individuele pensioentoezegging van zelfstandigen in ondernemingsvorm slaagt er wel in de welvaart van de gepensioneerde ondernemer te behouden.”

Wat is volgens u het grootste misverstand over ondernemers?

“Dat ondernemers louter voor het geld een bedrijf starten. Vergeet niet dat de eerste jaren vaak zware investeringen nodig zijn. Ik ken heel wat ondernemers en ze zijn allemaal verschillend, maar wat hen bindt is een ontzettende drive. Ze willen iets opbouwen, niet alleen voor zichzelf maar ook voor de samenleving.”

U richtte in 2006 Darts-ip op. Welke waren uw eigen ervaringen als ondernemer?

“Ik heb vooral waanzinnig hard gewerkt. Aangezien ik instond voor het productontwerp en de commercialisering, reisde ik Europa af in de zoektocht naar nieuwe opportuniteiten. Vrienden die niet in een ondernemerscontext zaten, vroeger me weleens waarom ik mijn vorige baan (projectleider bij The Boston Consulting Group, nvdr.) heb verlaten om zuiver verkoopwerk te doen. Maar als ondernemer geeft niets een grotere voldoening dan een klant binnenhalen en je bedrijf verder uitbouwen. Dat ik in 2009 besloten heb om mijn eerste stappen in de politiek te zetten, heeft te maken met het feit dat ik vond dat de politiek nood had aan mensen uit de ondernemerswereld. Als je dat meent, moet je op een bepaald moment ook zelf durven overgaan tot actie. Gelukkig geeft mijn baan als politicus me evenveel voldoening als mijn ervaringen als ondernemer.”