Zoals het federale project met maatregelen voor competitiviteit, het zogenaamde ‘pact voor competitiviteit en werkgelegenheid’, reeds duidelijk maakte, wordt het streven naar een steeds beter prestatievermogen binnen de markt grotendeels in de hand gewerkt door de toepassing van een krachtig beleid op het vlak van onderzoek en ontwikkeling.

De openbare maatregelen ter ondersteuning van innovatie werden in de voorbije jaren nog uitgebreid. Dat is toe te juichen, maar het is noodzakelijk dat dit wordt bestendigd, willen we het hoge niveau van onze bedrijven handhaven. Bovendien moeten we onze studenten de kans bieden om hun professionele loopbaan aan te vangen met de nodige tools en troeven, zodat ze zich kunnen ontwikkelen tot specialisten in de nieuwste technologieën. Tot slot moeten we de ontwikkeling van ons economisch weefsel blijvend bevorderen.

Eén van de concrete acties die reeds gedurende enkele jaren door de verfsector worden geruggensteund via haar beroepsfederatie (IVP, Beroepsfederatie van de industrie van verven, vernissen, stopverven, drukinkten en verven voor de schone kunst, die ongeveer 70 bedrijven vertegenwoordigt, in totaal goed voor 3500 werknemers) bestaat erin de knowhow en de praktijkkennis over te dragen die te maken hebben met het vakgebied van verven en coatings. Aansluitend op een vademecum op initiatief van de ministers van onderwijs Marie-Dominique Simonet en Pascal Smet en dankzij hun ondersteuning, konden een aantal acties worden doorgevoerd:

  • De campagne SOS Schilder Op School, opgestart in 2012 en vandaag uitgewaaierd over heel Vlaanderen
  • De begeleiding van Belgische kandidaat-schilders bij de competities EuroSkills en WorldSkills en als partner van Skills Belgium

Deze initiatieven werden unaniem als zeer vruchtbaar bestempeld. Vandaag staan de actoren in de verf- en vernissector meer dan ooit te trappelen om hun bijdrage te kunnen leveren aan de ontwikkelingen op het gebied van hulp aan het bedrijfsleven, de uitwerking van opleidingen, onderzoek en ontwikkeling en uiteraard duurzame ontwikkeling. Deze ontwikkelingen zullen overigens morgen de hele verf- en coatingsector ten goede komen.

Vaststellingen

Vandaag krijgen de meeste technische stagiairs in Belgische laboratoria een complete kwaliteitsopleiding. Ze ondervinden echter nog steeds een gebrek aan specialisatie in vergelijking met hun collega’s uit onze buurlanden. Onderzoekscentra willen uiteraard goed gewapend zijn om rechtstreeks te kunnen inspelen op de realiteit van elke dag in de bedrijfswereld. Daarom zijn ze soms verplicht om buitenlandse talenten aan te werven in plaats van in België te rekruteren. Deze vaststelling kan worden gemaakt voor tal van actoren in de wereld van onderzoek en ontwikkeling en in de sector van industriële verven, decoratieve verven en coatings in het algemeen.

Voorstellen

Door hun positie op het kruispunt tussen de academische wereld en de beroepswereld en door hun roeping om de continuïteit te verzekeren tussen onderzoek en het in de praktijk brengen van de resultaten van dat onderzoek, zijn de onderzoekscentra voorstander van:

  • Een nog intensere onderlinge coördinatie tussen universiteiten, hogescholen, onderwijsinstellingen en stageplaatsen waar studenten terechtkunnen, met als doel de stagiairs optimaal klaar te stomen. Het is immers noodzakelijk om het doorgeefluik tussen de wereld van de scholing en die van het werk te versterken.
  • Er dient absolute prioriteit te worden gegeven aan het feit dat studenten de middelen moeten krijgen om tijdens hun scholing met de beroepswereld in contact te komen via stages in bedrijven, via scripties die tot stand komen in een academische context, maar in samenwerking met een bedrijf, enz. Dit om hen de kans te bieden om hun academische achtergrond om te zetten in de nodige ervaring op het terrein, die ze later te gelde kunnen maken in hun professionele loopbaan.

Deze noodzaak om jongeren zo snel mogelijk in contact te brengen met de realiteit van het werkmilieu hangt nauw samen met de problematiek van de beroepsinschakelingstijd waarmee veel jonge werklozen te maken krijgen. Op die manier worden de profielen van die jongeren aantrekkelijker voor potentiële werkgevers in onze sector.

Link tussen theorie en industriële wereld

Onderzoekscentra zoals CoRI staan erom bekend dergelijke interacties in de hand te werken. Ze kunnen opleidingen verzorgen of op tal van manieren bijdragen leveren binnen het academische milieu, zonder evenwel het academische corps en de docenten te vervangen. Door bijvoorbeeld ontmoetingen te creëren die zijn gerelateerd met de industriële context en de verfwereld (formulering, chemie, karakterisering, enz.), hebben die bijdragen allereerst tot doel om studenten duidelijk te maken dat er een link bestaat tussen hun theoretische lessen en de industriële wereld. Deze benadering moet hen de nodige mogelijkheden aanreiken om hun verworven kennis te benutten en hun competenties verder te ontwikkelen.