• Schaalgrootte

Een eerste belangrijke structurele kostendriver is de schaalgrootte van het bedrijf. Zo zorgen fusies en overnames doorgaans voor een kostensynergie. Grote bedrijven globaliseren vaak hun aankopen, waardoor ze meer schaal krijgen en dus een kostenvoordeel bekomen.
 

  • Activiteiten

Een andere structurele factor betreft de vraag wat een bedrijf zelf wil doen. De keuze van de activiteiten in de waardeketen heeft een belangrijke impact op de kostenstructuur. Sommige bedrijven kiezen ervoor om zich puur te richten op hun core business en andere zaken te outsourcen. Anderen zijn vaak sterker in bepaalde activiteiten, waardoor zij die ook efficiënter en goedkoper kunnen uitvoeren.
 

  • Ervaring

Een derde - daaraan gelinkte - structurele kostendriver is ervaring. Hoe meer ervaring je als bedrijf in iets opbouwt, hoe beter je kostenstructuur wordt. Vaak worden door die reden bijvoorbeeld de catering, de security, het facility management of zelfs de logistiek geoutsourcet. Ook consultancy valt hieronder.
 

  • Technologie

Met de digitalisering, automatisering en robotisering ontstaan tal van nieuwe mogelijkheden om aan kostenoptimalisatie te doen.

Technologie is eveneens een zeer belangrijke structurele kostendriver, zeker vandaag. Met de digitalisering, automatisering en robotisering ontstaan tal van nieuwe mogelijkheden om aan kostenoptimalisatie te doen. Vooral voor transactionele activiteiten worden mensen vaak vervangen door technologie, maar ook op het vlak van energie en duurzaamheid - en zelfs financiële aspecten - kan technologie voor een grote besparing zorgen.
 

  • Complexiteit

Een laatste structurele kostendriver betreft complexiteit. Hoe complexer, hoe groter de kosten. Het komt er dus op aan om de complexiteit te reduceren. Dat dient uiteraard te gebeuren zonder dat er een impact is op de rest van de business.
 

  • Capaciteitsgebruik

Een eerste uitvoerende factor is het capaciteitsgebruik. Daarbij komt het erop aan om geen of slechts een beperkte overcapaciteit te hebben. Overcapaciteit kan strategisch nuttig zijn, maar niet in een setting waar er sprake is van stagnatie. Ook seizoensovercapaciteit is vanuit kostenstandpunt niet wenselijk.
 

  • Alignment

Men kan een kostenefficiënte organisatie opbouwen door via het HR-departement een cultuur te creëren waarbij de objectieven van de individuele medewerkers op één lijn zitten met de objectieven van de organisatie.
 

  • Productconfiguratie

De productconfiguratie is nog zo’n belangrijke factor. Door vooraf goed na te denken over hoe het product of de dienst in elkaar moet zitten, kan je vaak al enorm veel kosten besparen. Sommige bedrijven werken zelfs met ‘targetkosten’, waarbij ze al ingrijpen in de ideeënfase.
 

  • Relaties met klanten en leveranciers

Een volgende uitvoerende kost zijn de relaties met klanten en leveranciers. Zo maakt de kost van leveranciers gemiddeld 60% van de totale kostenstructuur uit. Er moet dus verstandig mee worden omgegaan. Ook naar klanten toe is er op het vlak kosten van marketing, sales, distributie en klantenrelaties vaak een groot potentieel voor besparingen.
 

  • Fabriekslay-out en kwaliteitsmanagement

Verder zijn er de fabriekslay-out en de infrastructuur die zo efficiënt mogelijk moeten worden georganiseerd. Tot slot is er het totale kwaliteitsmanagement waarbij het elimineren van waste centraal staat. Dat kan door alles van de eerste keer juist te doen. Ook lean management valt hieronder.